In
verband met de verkoop van een appartement wenst verkoper het dakterras, dat
hij in het verleden heeft aangelegd op het gemeenschappelijke dak van het
complex, aan zijn appartement toe te voegen.
Machtiging procedure, kantonrechter
Echter weigert een andere eigenaar in het complex zijn medewerking te verlenen aan een wijziging van de splitsingsakte en de splitsingstekening. De verkopende appartementseigenaar heeft mitsdien - op de voet van artikel 5:140 BW - de kantonrechter verzocht om een vervangende machtiging te verlenen. Deze machtiging is verleend.
Het Hof
Het Hof bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter. Het Hof oordeelt dat de weigerachtige eigenaar zich zonder redelijke grond verzet tegen de wijziging van de splitsingsakte. Immers is in 2008 op eigen kosten met toestemming van de toenmalige eigenaar van het andere appartement (een pakhuis) het in slechte staat verkerende middelste puntdak van het pakhuis vervangen en er een plat dak op gemaakt waarop het dakterras is gerealiseerd (door de verkopende eigenaar). Vanuit zijn woning heeft hij een toegang tot het dakterras gemaakt en sindsdien is het terras bij hem in gebruik. Het door hem verwijderde puntdak werd door geen van de twee appartementseigenaren exclusief gebruikt, ook niet door de voorganger van de eigenaar die medewerking weigert (klager). Weliswaar behoorde de ruimte direct onder het puntdak tot het pakhuis, maar dat die ruimte (kubieke meters lucht) door de voorganger van klager daadwerkelijk werd gebruikt, is niet gesteld. Toen klager in 2020 eigenaar werd van het pakhuis bestond die ruimte in ieder geval niet meer en dat is voor hem ook kenbaar geweest. Het is vervolgens verkoper geweest die het puntdak op eigen kosten heeft vervangen door een betere dakconstructie en daarop met instemming van de rechtsvoorganger van klager een dakterras heeft ingericht.
Vanuit
het pakhuis is het dakterras nooit toegankelijk geweest. Het dak van het
pakhuis waarop het dakterras is gesitueerd behoort wel tot de
gemeenschappelijke delen, maar noch klager noch zijn rechtsvoorganger heeft dat
gebruikt. Dat kan ook niet omdat vanuit het pakhuis geen toegang is tot het
terras. Verkopend eigenaar heeft gehandeld met instemming van de toenmalige
eigenaar van het pakhuis. Wanneer het exclusieve gebruiksrecht zich gaat
uitstrekken over het dakterras, is er op zichzelf minder gemeenschappelijk dak
beschikbaar voor gemeenschappelijk gebruik. Dat gemeenschappelijk gebruik hield
echter nooit feitelijk gebruik in maar hield uitsluitend verband met de
bouwkundige functie van het dak: de bescherming van het pakhuis tegen regen en
wind. Die functie – en het belang van klager daarbij – blijft in alle opzichten
behouden. Het betoog dat hem een feitelijk gebruik van het gemeenschappelijk
dak wordt ontnomen, acht het Hof daarom niet juist en in ieder geval niet
zwaarwegend. Het dak heeft voor hem uitsluitend een bouwkundige functie gehad.
Het Hof is aldus van oordeel dat, omdat het dakterras al bijna 20 jaar
feitelijk toebehoort aan de eigenaar van de woning, is er geen enkel reëel
belang om zich ertegen te verzetten dat het exclusieve gebruiksrecht van het
dakterras ook in de splitsingsakte aan die eigenaar wordt toebedeeld. De
juridische situatie sluit zich dan aan bij de feitelijke situatie.
Heeft u vragen?
Neem contact met ons op
Neem contact met ons op