Op 30 januari 2026 onthulden D66, VVD & het CDA het coalitieakkoord ‘Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland’. Zij hebben in dit plan uiteengezet wat zij in de komende jaren willen realiseren en hoe ze dat willen doen. In deze blog wordt ingegaan op de door de coalitie voorgestelde ‘Zelfstandigenwet’.
Dat de coalitie heeft afgesproken om te streven naar een ‘Zelfstandigenwet’ is opvallend te noemen, omdat het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (de Vbar) – een product is van het oude kabinet – nog voorgelegd dient te worden aan het parlement. De Vbar lijkt daarmee definitief van de baan. Het belangrijkste element daaruit – het op basis van jurisprudentie ontwikkelde beoordelingskader om te bepalen of een overeenkomst een overeenkomst van opdracht met een zzp’er of toch eigenlijk een arbeidsovereenkomst is – gaat als het aan de coalitiepartijen ligt daarmee de prullenbak in. Naar hun oordeel biedt het voorstel onvoldoende duidelijkheid en leidt het daarmee niet tot de gewenste rechtszekerheid. Als het aan de coalitie ligt zal de beoordeling van de arbeidsrelatie in de toekomst in plaats daarvan plaatsvinden aan de hand van de Zelfstandigenwet. Een initiatiefwetsvoorstel van VVD, D66, CDA en SGP uit 2025.
Op basis van de Zelfstandigenwet vindt de kwalificatie van een overeenkomst met een arbeidskracht plaats aan de hand van drie toetsen, te weten de ‘zelfstandigentoets’ (is de arbeidskracht een ondernemer?) en de ‘werkrelatietoets’ (is er geen sprake van een gezagsverhouding?). Beide elementen zijn ingekleurd aan de hand van concrete, toetsbare criteria. Tot slot geldt er een zogenaamde ‘sectorale toets’. Daarmee wordt een (weerlegbaar) rechtsvermoeden gecreëerd voor sectoren waarbinnen de kans op misbruik groot is. Wordt aan de hand van de criteria aan alle toetsen voldaan? Dan is er geen sprake van een arbeidsovereenkomst. Deze wet moet tot meer duidelijkheid over de kwalificatie van een overeenkomst leiden. Het wetsvoorstel biedt ook de mogelijkheid om de overeenkomst voor te leggen aan een commissie. De commissie dient zich vervolgens uit te laten over de kwalificatie van de overeenkomst, waarbij haar oordeel bindend is.
Natuurlijk is het de vraag of, hoe en wanneer deze plannen worden uitgevoerd. Duidelijk is wel dat de coalitie niet voornemens is om het arbeidsrecht in Nederland ongewijzigd te laten.
Uiteraard houden onze arbeidsrechtadvocaten u op de hoogte van de ontwikkelingen en de gevolgen daarvan voor uw onderneming.