Blog

De structuurregeling bij groeiende ondernemingen

Matthijs van Rozen

Matthijs van Rozen Notaris (Partner), Bestuur

Als de onderneming sterk groeit, kan de structuurregeling in beeld komen. De structuurregeling verplicht om onder meer een raad van commissarissen in te stellen. De ondernemingsraad heeft hierbij een voordrachtsrecht. De raad van commissarissen heeft ver(der)gaande bevoegdheden, zoals het benoemen en ontslaan van bestuurders en het goedkeuren van belangrijke bestuursbesluiten.


Als ondernemingen groeien, gebeurt dat soms stapsgewijs maar soms ook sterk ineens. Dat kan gelden voor bijvoorbeeld familiebedrijven maar ook scale-ups. Deze zijn zich niet altijd bewust van de mogelijke gevolgen en toepassing van de structuurregeling. In dit blog wordt toegelicht wanneer de structuurregeling verplicht wordt, de stappen die voorafgaan aan de toepassing en welke gevolgen dit heeft voor governance en zeggenschap.

1. Wanneer geldt de structuurregeling

De structuurregeling is wettelijk verplicht voor BV’s (en NV’s) die drie opeenvolgende boekjaren voldoen aan de cumulatieve eisen:

eigen vermogen ≥ €16 miljoen

ondernemingsraad aanwezig op grond van de WOR

gemiddeld ≥ 100 werknemers in Nederland

2. Drie jaar inloopperiode

Voldoet een onderneming aan de criteria, dan moet zij hiervan opgaaf doen bij de KvK. Als de onderneming drie achtereenvolgende jaren als zodanig staat ingeschreven, wordt de structuurregeling definitief en automatisch verplicht. De statuten moeten dan zijn aangepast.

Het is dus van belang in deze periode te blijven controleren of de criteria nog steeds gelden. Bij een herstructurering, fusie of splitsing binnen deze periode moeten de gevolgen voor de inloopperiode tijdig in kaart gebracht worden.

3. Grote invloed raad van commissarissen

Zodra de structuurregeling van toepassing wordt, zijn er belangrijke wijzigingen in de  governance. Met name de (verplichte) raad van commissarissen (RvC) krijgt belangrijke bevoegdheden.

De RvC bestaat uit ten minste drie commissarissen, die niet werkzaam zijn bij de onderneming.
De RvC benoemt en ontslaat bestuurders. Een grootaandeelhouder of founder die bestuurder is, komt daarmee in een andere positie.
De ondernemingsraad heeft een versterkt voordrachtsrecht voor de benoeming van een/derde van de commissarissen.
Een individuele commissaris wordt ontslagen door de Ondernemingskamer.
De algemene vergadering kan het vertrouwen in de gehele RvC opzeggen, wat tot hun ontslag leidt. De Ondernemingskamer stelt dan een of meer nieuwe commissarissen aan.
Bepaalde belangrijke bestuursbesluiten vereisen goedkeuring van de RvC.
De zittingsperiode is vier jaar. Herbenoeming (dat een besluit vereist) is mogelijk, maar wel steeds maximaal vier jaar.

4. Gevolgen governance


Aandeelhouders dienen zich een aantal gevolgen te realiseren. Zij verliezen een deel van de directe zeggenschap, met name ten aanzien van het bestuur. Dat is van belang als de aandeelhouder ook bestuurder is. Aandeelhoudersovereenkomsten moeten mogelijk herzien worden. De RvC‑benoemingen krijgen een formeler karakter, inclusief de versterkte rol van de ondernemingsraad.

5. Vrijstellingen en verlichte toepassing

Er bestaan diverse uitzonderingen. De belangrijkste staan hieronder vermeld.
-Een dochtervennootschap (afhankelijke maatschappij genoemd) van een moedervennootschap die de structuur regeling toepast, is vrijgesteld.
-Voor internationale bedrijven waarvan de medewerkers buiten Nederland werkzaam zijn geldt een beperkt toepassing (ook wel verlicht of gemitigeerd regime genoemd).
-Internationale holdings of financieringsmaatschappen die met name buiten Nederland werkzaam zijn, zijn vrijgesteld
-Er zijn ten minste twee natuurlijke personen uiteindelijk aandeelhouder die een onderlinge regeling tot samenwerking hebben getroffen. Dan geldt de beperkte toepassing. Met name voor familiebedrijven is dit een interessante optie.

Het belangrijkste gevolg van het beperkte regime is dat de algemene vergadering, in plaats van de RvC, de commissarissen benoemt.

Een strucrtuurregeling moet worden uitgewerkt in de statuten en is daarbij altijd maatwerk.

6. Uitloopperiode bij beëindiging van het structuurregime

Het regime vervalt zodra (en nadat) een vennootschap gedurende drie jaar niet langer aan de criteria voldoet. Ondernemingen moeten dit in hun jaarverslag vermelden en opnieuw opgaaf doen bij de KvK. Aan het einde dienen de statuten te worden aangepast.

Conclusie

De structuurregeling kent belangrijke wijzingen in de zeggenschap en governance.  Voor groeiende startups, scale‑ups en familiebedrijven is het belangrijk om om tijdig te anticiperen op de criteria, de driejarige inloopperiode en de gevolgen voor zeggenschap, bestuur en governance. Daarbij is de uitwerking in de statuten altijd maatwerk.

Bij vragen over de structuurregeling helpen wij u graag.


Matthijs van Rozen

Heeft u vragen?
Neem contact met ons op