Blog

Een nieuw EU-kader voor sociale zekerheid: wat verandert er en wat betekent dat voor u als werkgever met grensoverschrijdend personeel?

Ingrid Warfman

Ingrid Warfman Senior advocaat

Een update over de herziening van Verordeningen 883/2004 en 987/2009

Achtergrond van de Verordeningen

Elke lidstaat van de EU bepaalt zelf wie verzekerd is, welke uitkeringen bestaan en onder welke voorwaarden men aanspraak kan maken op een uitkering. Zodra mensen de grens overgaan — als werknemer, grensarbeider of zelfstandige — stuit dit op praktische problemen. In welk land is iemand sociaal verzekerd en waar moeten de premies worden afgedragen? Hoe zit het als iemand tijdelijk in een ander land werkt (gedetacheerd wordt)?

Verordening (EG) nr. 883/2004 biedt de oplossing: zij coördineert de nationale stelsels zodat niemand tegelijkertijd in twee lidstaten premies hoeft te betalen en niemand tussen wal en schip valt. De hoofdregel is helder: de werkende valt onder de wetgeving van het land waar hij werkt (werkstaatbeginsel). Een belangrijke uitzondering staat in artikel 12 van de Verordening. Als een werkgever een werknemer tijdelijk naar een andere lidstaat stuurt (detacheert) om daar te werken, blijft de werknemer verzekerd in het herkomstland. Overige uitzonderingen laat ik voor nu buiten beschouwing. Verordening (EG) nr. 987/2009 is de toepassingsverordening die de procedures uitwerkt. Denk hierbij aan de A1-verklaring waarmee je als werkgever kunt aantonen welk socialezekerheidsrecht van toepassing is op gedetacheerde werknemers. De verklaring zorgt ervoor dat een werknemer premies blijft betalen in zijn herkomstland en niet hoeft bij te dragen aan het stelsel van het werkland.

Het systeem geldt al sinds 1 mei 2010. De coördinatieregels die volgen uit de Verordeningen zijn in de afgelopen vijftien jaar wel bijgesteld via onder meer Verordening (EU) nr. 465/2012, maar zijn sindsdien niet fundamenteel herzien. Dat verandert nu.

Waarom een herziening?

Al in 2016 diende de Europese Commissie een voorstel in voor een grondige modernisering. De procedure heeft — mede door politieke meningsverschillen over de toegang van niet-actieve EU-burgers tot sociale uitkeringen en over de regels voor grensarbeiders — ruim tien jaar geduurd. Op 28 september 2026 heeft de Raad de definitieve tekst goedgekeurd.

De herziening richt zich op vijf pijlers: werkloosheidsuitkeringen, langdurige zorg, toegang tot sociale uitkeringen voor economisch niet-actieve burgers, gezinsuitkeringen en de toepasselijke wetgeving voor gedetacheerde werknemers en personen die in meerdere lidstaten werken.

De voor werkgevers relevante wijzigingen licht ik hieronder toe.


1. Detachering: strengere banden met het herkomstland

De regels voor gedetacheerde werknemers (artikel 12, Verordening 883/2004) worden aangescherpt. Nieuw is dat werknemers en zelfstandigen eerst drie maanden aangesloten moeten zijn geweest bij het socialezekerheidsstelsel van hun lidstaat van herkomst voordat ze in een andere lidstaat kunnen gaan werken. Dit betekent dat een werknemer die speciaal wordt aangenomen met het oog op uitzending, ten minste drie maanden aaneengesloten verzekerd moet zijn geweest onder de wetgeving van de lidstaat van de werkgever voordat hij of zij kan worden uitgezonden met behoud van die sociale zekerheid (artikel 14 lid 1 nieuw).

Daarnaast worden constructies van opeenvolgende kortlopende detacheringen binnen hetzelfde land aan banden gelegd. Na een gecumuleerde detacheringsperiode van 24 maanden (met onderbrekingen van niet meer dan twee maanden) in dezelfde lidstaat is artikel 12 niet langer van toepassing totdat minimaal twee maanden zijn verstreken na die vorige periode (artikel 2, onder 10 nieuw, artikel 14 lid 1 bis nieuw).


2. Kennisgevingsplicht voor de werkgever

Artikel 15 van Verordening 987/2009 wordt fundamenteel herschreven. De werkgever (of bij zelfstandigen: de betrokkene zelf) moet vóór aanvang van werkzaamheden in een andere lidstaat het bevoegde orgaan van de herkomstlidstaat in kennis stellen en een A1-verklaring aanvragen. Dit is een uitdrukkelijke codificering van wat in de praktijk al als ‘best practice’ gold, maar nu wettelijk verplicht is (artikel 2, onder 11, nieuw, artikel 15 lid 1 nieuw).

Er geldt een uitzondering voor zakenreizen (gedefinieerd als tijdelijke activiteiten zonder dienstverlening of goederenlevering, zoals het bijwonen van vergaderingen, conferenties en trainingen) en voor werkzaamheden met een totale duur van niet meer dan drie opeenvolgende werkdagen binnen een periode van dertig opeenvolgende dagen. Deze uitzondering geldt niet voor werkzaamheden in de bouwsector (artikel 2, onder 11 nieuw, artikel 15 lid 1 ter nieuw en bijlage 6). De bouwsector — waaronder graafwerk, montage, restauratie, sloop en onderhoud — wordt strenger behandeld vanwege het hoge frauderisico en het hoge aantal arbeidsongevallen in die sector.

Lidstaten mogen maatregelen nemen tegen werkgevers die de kennisgevingsplicht niet naleven, maar niet-naleving leidt niet automatisch tot een wijziging van de toepasselijke wetgeving (overweging 40 ter nieuw).


3. Werkloosheidsuitkeringen: nieuwe territorialiteitseis en voorverzekeringstijd

Op het terrein van werkloosheid gelden na de herziening twee belangrijke regels:

a) Minimumperiode van één maand: Om aanspraak te kunnen maken op samentelling van verzekeringstijdvakken uit andere lidstaten (artikel 6 jo. artikel 61 nieuw), geldt voortaan de voorwaarde dat de werknemer in de lidstaat waarvan de uitkering wordt gevraagd, minstens één aaneengesloten maand verzekerd is geweest of arbeid heeft verricht. Voldoet men hieraan niet, dan wordt gekeken naar de vorige lidstaat waar men wél een maand aaneengesloten verzekerd was. Voldoet men nergens aan de drempel, dan is de lidstaat van de meest recente verzekering bevoegd (artikel 1, onder 25 nieuw, artikel 61 nieuw).

b) Voorverzekeringstijd van 22 weken voor grensarbeiders: Een volledig werkloze grensarbeider — die tijdens zijn laatste werk in een andere lidstaat woonde dan de bevoegde lidstaat, kan via het woonland een uitkering ontvangen, maar alleen als hij niet minstens 22 aaneengesloten weken verzekerd is geweest of gewerkt heeft in de bevoegde lidstaat. Bij 22 weken of meer blijft de bevoegde lidstaat de uitkering verschuldigd (artikel 1, onder 28 nieuw, artikel 65 lid 2 nieuw).

Per wanneer gelden de nieuwe regels?

De Verordening treedt in werking op de eerste dag van de maand na publicatie in het Publicatieblad. De exacte publicatiedatum is op dit moment nog niet bekend.

Hoe kunt u als werkgever inspelen op de wijzigingen?

1. Breng uw werknemers die grensoverschrijdend werken in kaart. Welke werknemers worden uitgezonden? In welke landen? Hoe lang? Met de nieuwe cumulatiegrens van 24 maanden (inclusief onderbrekingen van maximaal twee maanden) bij detachering in hetzelfde land, moet u bestaande langlopende detacheringen tijdig evalueren.

2. Verifieer de drie-maanden aansluiting bij nieuwe uitzendingen.

3. Verfijn uw meldproces. De meldplicht voor de A1-aanvraag was al een administratieve eis, maar wordt nu formeel verplicht gesteld met kortere responstermijnen. Melding moet vóór aanvang van de werkzaamheden in het buitenland. Let daarbij specifiek op de bouwsector: de uitzondering voor kortdurende activiteiten (< 3 aaneengesloten werkdagen) geldt daar niet.

4. Bereid u voor op actievere informatieverstrekking bij werkloosheid. Bij werknemers die in een andere lidstaat wonen dan waar zij werken (grensarbeiders), kunnen de nieuwe regels over de voorverzekeringstijd van 22 weken gevolgen hebben voor de vraag welk orgaan de werkloosheidsuitkering verschuldigd is. Dit raakt ook uw mogelijke verplichting tot informatieverstrekking aan de werknemer bij ontslag.

Heeft u vragen over de impact van deze wijzigingen op uw organisatie of specifieke detacherings- of grensarbeidssituaties? Neem gerust contact op met Ingrid Warfman.

Heeft u vragen?
Neem contact met ons op