Uitzendkracht krijgt met terugwerkende kracht vast contract bij Albert Heijn
Blog
Uitgelicht
Berdine van EerdenSenior advocaat
De AH heeft misbruik gemaakt van de
uitzendovereenkomst door een uitzendkracht ruim zeven jaar onafgebroken als
uitzendkracht te werk te stellen. De kantonrechter in Den Haag prikte onlangs
door deze constructie heen en oordeelde dat dit misbruik is gelegen in het zonder
objectieve verklaring laten voortduren van de uitzendovereenkomst. De
uitzendkracht werd geacht vanaf juni 2021 – direct na afloop van de periode van
36 maanden inlening – rechtstreeks in dienst te zijn gekomen van de AH op basis
van onbepaalde tijd. Als gevolg hiervan moest de AH de uitzendkracht weder te
werk stellen, loon nabetalen, hem aanmelden bij haar pensioenfonds en premies
afdragen met terugwerkende kracht tot juni 2021 (met verrekening van datgene
wat het uitzendbureau reeds had voldaan c.q. afgedragen).
De uitzendkracht verrichtte namelijk al die jaren
arbeid ten behoeve van de AH op locatie van de AH, gelijk aan de werknemers van
de AH. Ook moest hij instructies opvolgen van de AH. Wel voldeed het
uitzendbureau het loon namens de AH, regelde de inroostering en voerde
beoordelings- en functioneringsgesprekken. Dit vond de kantonrechter echter
onvoldoende zwaarwegend. Vooral nu de AH het meeste profiteerde van de gevolgen
van de lange periode van uitzending boven een arbeidsovereenkomst. Ook het
beginsel van contractsvrijheid aan de kant van de AH vond de kantonrechter
minder zwaarwegend dan de bescherming van de uitzendkracht op basis van de
Uitzendrichtlijn.
Deze uitspraak loopt vooruit op toekomstige
potentiële wetgeving (Wetsvoorstel Wet Meer Zekerheid Flexwerkers). Al langer
is de vraag hoe tijdelijk de periode van uitzending mag zijn, gelet op de
Europese Uitzendrichtlijn. Deze kantonrechter is in ieder geval van oordeel dat
maximaal 36 maanden tijdelijke uitzending mogelijk is, waarbij is aangesloten
bij de maximale duur van de wettelijke ketenregeling.
Gelet op deze ontwikkelingen is het verstandig
binnen uw eigen organisatie na te gaan hoe lang uitzending plaatsvindt. Indien
dit langer plaatsvindt dan 36 maanden is het oppassen geblazen. De verwachting
is dat uitzendkrachten zich bij langdurige inlening zullen gaan beroepen op
deze jurisprudentie en dus het bestaan van een arbeidsovereenkomst met de
inlener.