Huidige geschillenregeling
Ruziënde aandeelhouders in een vastgelopen
samenwerkingsverband willen niets liever dan uit elkaar gaan. Door een duurzame
ontwrichting lijkt een scheiding van wegen ook onvermijdelijk. Onder het
huidige recht kan de rechtbank in het kader van de geschillenregeling, die
wordt ingeleid door een dagvaarding van één of meer aandeelhouders, ervoor
zorgen dat een geschil tussen aandeelhouders wordt beëindigd.
In de praktijk blijkt de geschillenregeling
echter niet goed (genoeg) te werken. Vanwege lange doorlooptijden bij de
rechtbank is de geschillenregeling een langslepende procedure. Allereerst moet
in de procedure vast komen te staan dat er voldaan is aan de criteria voor
uittreding of uitstoting en dat is in de praktijk niet eenvoudig. Vooral de hoge
drempel om tot verplichte overdracht van aandelen te komen, wordt gezien als
een belemmering om van de regeling gebruik te maken.
De Ondernemingskamer kan nu niet zelf een
aandeelhouder uit de vennootschap verwijderen om het aandeelhoudersgeschil
definitief te beslechten. De optie van een daadwerkelijke scheiding (dan wel
ontvlechting) kan dan alleen worden bewerkstelligd door een door de
Ondernemingskamer benoemde tijdelijke bestuurder, die het, zoals de
Ondernemingskamer standaard in haar overwegingen opneemt ‘tot zijn of haar taak
mag rekenen’ om een minnelijke oplossing tussen de aandeelhouders te
bewerkstelligen.