Blogreeks: De wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (deel 1)
Met de recente goedkeuring van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) door zowel de Tweede als de Eerste Kamer, is duidelijk: het toelatingsstelsel komt er. Vanaf 1 januari 2028 mogen inleners uitsluitend nog arbeidskrachten inlenen van ondernemingen die zijn toegelaten. Slechts in een beperkt aantal gevallen geldt een uitzondering, bijvoorbeeld op grond van een wettelijke uitzonderingscategorie of een verleende ontheffing.
In een eerdere blog gaven wij al een overzicht van de Wtta. In dit drieluik ga ik nader in op wat de wet voor jouw onderneming gaat betekenen. In dit eerste deel lees je hoe je vaststelt of jouw onderneming onder de Wtta valt — en of je een toelating moet aanvragen. In de vervolgdelen van deze reeks ga ik in op hoe een uitlener zich kan voorbereiden op de Wtta (deel 2) en wat een inlener concreet moet regelen (deel 3).
Kwalificeert de onderneming als uitlener?
De eerste vraag die gesteld moet worden is of jouw onderneming arbeidskrachten ter beschikking stelt aan andere ondernemingen. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van uitzending, detachering en payrolling. Als er geen sprake is van het ter beschikking stellen van arbeidskrachten, dan is de Wtta niet van toepassing.
Is dat wel het geval, dan is de volgende vraag of de onderneming een vergoeding ontvangt voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten. De wet is namelijk niet van toepassing op kosteloos uitlenen.
Tot slot is het van belang om te beoordelen waar de leiding en het toezicht ligt. Wanneer dit bij de inlener ligt, kwalificeert jouw onderneming in beginsel als uitlener. Een toelating is dan verplicht, tenzij een uitzondering van toepassing is of ontheffing is verleend.
Uitzonderingen
Bepaalde ondernemingen zijn uitgezonderd van de toelatingsverplichting. Allereerst gaat het om BBL-stichtingen, sociaal ontwikkelbedrijven en private beveiligings- en recherchebureaus. Aan deze uitzondering ligt de gedachte ten grondslag dat toepassing van de toelatingsverplichting voor deze sectoren zou leiden tot een onevenredige aantasting van hun belangen in verhouding tot de doelstellingen van de Wtta.
Naast deze sectorale uitzonderingen geldt dat voor bepaalde vormen van terbeschikkingstelling evenmin een toelatingsplicht geldt. Deze vormen zijn reeds uitgezonderd in de Waadi en blijven ook onder de Wtta buiten het toepassingsbereik. Het betreft in de eerste plaats het zogenoemde collegiaal uitlenen. Van collegiaal uitlenen is sprake als de uitlener niet meer ontvangt dan de werkelijke loonkosten van de werknemer. Ook valt het intra-concern uitlenen van personeel buiten het bereik van de Wtta. Kortom: het blijft dus mogelijk om personeel over en weer tussen verschillende bv’s in één concern aan elkaar uit te lenen. Tot slot geldt dat aanneming van werk eveneens een uitgesloten categorie vormt.
Ontheffing
Naast de al genoemde uitzonderingen kunnen ondernemingen die slechts een beperkt deel van hun omzet halen uit het uitlenen van personeel om ontheffing verzoeken. Hiervoor gelden twee cumulatieve voorwaarden: de inkomsten uit het uitlenen moeten minder dan 10% van de totale jaaromzet bedragen en daarnaast mag het totale bedrag niet hoger zijn dan 5 miljoen euro per jaar. Ondernemingen die arbeidskrachten ter beschikking stellen op basis van een uitzendovereenkomst kunnen in geen geval een ontheffing krijgen.
Conclusie
De beoordeling of jouw organisatie als uitlener kwalificeert, kan ingewikkeld zijn.
Heb je vragen of wil je dat iemand met je meekijkt naar jouw specifieke situatie, neem dan gerust contact op met onze sectie Arbeidsrecht.
Houd
de website in de gaten voor deel 2 en 3 van deze blogreeks!