Blog

Een update over het coalitieakkoord

Robbert Haas

Robbert Haas Advocaat

Eerder schreven wij een drietal blogs over het op 30 januari 2026 gepresenteerde coalitieakkoord. De afspraken uit dit akkoord kunnen verstrekkende gevolgen hebben voor het Nederlandse arbeidsrecht. Inmiddels is het bijna twee maanden geleden dat kabinet Jetten beëdigd is. Kortom, hoog tijd voor een update over dit akkoord.

De zelfstandigenwet

In het coalitieakkoord is opgenomen dat de coalitiepartijen een ‘Zelfstandigenwet’ wilden invoeren. Zoals uiteengezet in deze blog wordt met deze wet een nieuw toetsingskader geïntroduceerd om op objectieve wijze te bepalen of er sprake is van (schijn)zelfstandigheid. De kwalificatie van de arbeidsrelatie moet eenvoudiger worden, waardoor het voor eenieder duidelijker is wat voor soort overeenkomst zij aangaan en of iemand nou een werknemer of zelfstandige is. Dit wetsvoorstel wijkt af van het door het voorgaande kabinet ingediende ‘Wetsvoorstel verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden’ (hierna: Vbar).

Inmiddels is duidelijk dat het Kabinet Jetten dit plan doorzet. Onlangs heeft de minister van Werk en Participatie (de heer Aartsen) een wijzigingsvoorstel gedaan, waarmee nagenoeg de gehele Vbar wordt ingetrokken. Slechts het rechtsvermoeden – op basis waarvan vermoed wordt dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst als iemand 36 euro per uur of minder verdient – uit dit wetsvoorstel blijft in stand. Bij de toelichting op dit wijzigingsvoorstel heeft de minister aangegeven dat het kabinet de Zelfstandigenwet zo spoedig mogelijk zal uitwerken en dit als afzonderlijk wetsvoorstel bij het parlement zal indienen. Kortom, dit plan wordt doorgezet.

Tweede ziektejaar op de schop

In het coalitieakkoord merkte het kabinet op dat de relatief lange en hoge loondoorbetalingsverplichting in Nederland voor ondernemingen een drempel kan vormen om werknemers in vaste dienst te nemen. Hoewel de regering niet heeft benoemd hoe zij dat wilde doen, heeft zij wel aangegeven dat zij de loondoorbetaling gedurende ziekte meer werkbaar wil maken. Inmiddels is duidelijk dat zij de re-integratieplicht in het tweede jaar voor MKB’ers wil verlichten.

Op 2 april jongstleden heeft minister Aartsen een wetsvoorstel ingediend, op basis waarvan de re-integratieverplichtingen van midden- en kleinbedrijven worden gewijzigd. Concreet behelst de wijziging dat na één jaar ziekte binnen deze ondernemingen niet langer naar een terugkeer in de eigen functie bij de eigen werkgever hoeft te worden gestreefd. In plaats daarvan kunnen MKB-bedrijven zich na één jaar volledig richten op re-integratie in het tweede spoor en dus binnen een ander bedrijf. Van belang is wel dat de werknemer daarmee dient in te stemmen of dat hiervoor toestemming moet worden verkregen van het UWV.

Onderdeel van dit voorstel is ook dat de arbeidsplaats van de zieke werknemer (op wie de genoemde versoepeling van toepassing is) na één jaar niet voor deze zieke werknemer hoeft te worden vrijgehouden. Wordt de werknemer na één jaar weer geschikt voor de bedongen arbeid, dan is de werkgever niet verplicht om de werknemer de ‘oude’ functie weer te laten vervullen als op deze plaats inmiddels iemand anders werkzaam is of deze functie is komen te vervallen.

Bedrijfsartsoordeel wordt leidend

Het kabinet is verder van oordeel dat de administratieve lasten moeten worden beperkt en dat aan werkgevers meer duidelijkheid moet worden geboden over het doorgelopen ziektetraject. Deze achtergrondgedachte is terug te zien in het wetsvoorstel dat minister Aartsen en minister Vijlbrief (sociale zaken en werkgelegenheid) hebben opgesteld. In de kern houdt dit voorstel in dat het advies van de bedrijfsarts leidend wordt voor de beantwoording van de vraag of een werkgever zich voldoende heeft ingespannen voor de re-integratie van de werknemer. Heeft een werkgever de adviezen van de bedrijfsarts consequent opgevolgd? Dan heeft een werkgever voldoende gedaan voor de re-integratie.

Aanpassingen sociale zekerheidsrechten en transitievergoeding

In het coalitieakkoord maakte de regering ook duidelijk dat zij de sociale zekerheidsrechten ingrijpend wil veranderen. Zo zou het maximum dagloon omlaag gaan (met als gevolg dat ook uitkeringen dalen) én wordt de WW-duur verkort. Tot een nadere uitwerking is het tot op heden nog niet gekomen en op dit punt is nog geen wetsvoorstel ingediend. Onderdeel van het coalitieakkoord is ook dat de transitievergoeding mogelijk op de schop gaat. Aan dit voornemen van het kabinet – zoals beschreven in deze blog – is ook nog geen vervolg gegeven. Het is daarom nog onzeker wat er uiteindelijk zal gebeuren met (de compensatieregeling van) de transitievergoeding.

Overige wijzingen

Het regeerakkoord bevatte ook andere voorgenomen wijzingen voor het Nederlandse arbeidsrecht. Zo heeft de regering bijvoorbeeld duidelijk gemaakt dat de AOW-leeftijd naar haar oordeel moet stijgen (zie hiervoor ook deze blog), waarbij een stijging van de gemiddelde leeftijdsverwachting met één jaar zou moeten resulteren in een stijgende AOW-leeftijd met 8 maanden. Nadat gesprekken met de vakbonden hierover strandden, is dit plan tijdelijk on hold-gezet. Ook de andere ideeën uit het akkoord hebben nog geen nadere vorm gekregen. Daarmee is nog niet duidelijk of bijvoorbeeld meer werken conform het streven van het kabinet ook meer gaat lonen, en of het wettelijk stelsel rondom het concurrentiebeding inderdaad omgegooid wordt.

Geconcludeerd kan worden dat het arbeidsrecht in beweging is, waarbij nog nieuwe wetsvoorstellen kunnen worden verwacht. Uiteraard houden onze arbeidsrechtadvocaten deze ontwikkelingen in de gaten en houden wij u op de hoogte van de gevolgen daarvan voor uw onderneming.

Voor meer informatie neemt u contact op met Robbert Haas

Heeft u vragen?
Neem contact met ons op